
Steekkaart
- Latijnse naam
- Circinus (Cir)
- Helderste ster
- α Circini (α Cir)
- Relatieve helderheid
- 3,18 mag
- Hipparcos-catalogus
- HIP 71908
- Oppervlakte
- 93 deg² (plaats: 85 van 88)
- Rechte klimming
- 13h 38m 43s tot 15h 30m 22s
- Declinatie
- -70° 37' 28'' tot -55° 26' 11''
- Aangrenzende sterrenbeelden
- Wolf, Centaur, Vlieg, Paradijsvogel, Zuiderdriehoek, Winkelhaak
Zichtbaarheid
Het sterrenbeeld Passer
De Passer is een sterrenbeeld van het zuidelijk halfrond. Het sterrenbeeld is gedeeltelijk circumpolair rond de zuidpool. Dat betekent dat enkele van zijn sterren zo dicht bij de hemelpool staan dat ze, gezien vanuit Sydney, nooit ondergaan. Een deel van het sterrenbeeld staat daar dus het hele jaar boven de horizon.
Het is het op drie na kleinste sterrenbeeld aan het firmament en het ligt tussen de voorhoeven van het sterrenbeeld Centaur en het sterrenbeeld Zuiderdriehoek. Door de nabijheid van de heldere sterren α Centauri en β Centauri lijkt het sterrenbeeld Passer nog onopvallender. Tegelijk zijn deze twee sterren ook een goed hulpmiddel om dit sterrenbeeld te vinden. In de Passer ligt het Circinusstelsel, op zo’n 13 miljoen lichtjaar afstand en een van de dichtstbijzijnde actieve sterrenstelsels. Omdat het achter de band van de Melkweg ligt, werd het pas in 1977 ontdekt.
Geschiedenis
De Franse theoloog Nicolas-Louis de Lacaille, die zijn leven aan de astronomie, de geodesie en de wiskunde wijdde, voerde 14 nieuwe sterrenbeelden van het zuidelijk halfrond in. In 1750 vertrok hij voor een vierjarige reis naar Kaap de Goede Hoop, om o.a. de sterrenbeelden van de zuidelijke hemel waar te nemen. Daarbij catalogiseerde hij bijna 10.000 sterren. Zijn nieuwe sterrenbeelden vernoemde Nicolas-Louis de Lacaille meestal naar technische instrumenten. Zo ontstonden de sterrenbeelden Beeldhouwer, Oven, Graveerstift, Luchtpomp, Schilder, Microscoop, Net, Octant, Slingeruurwerk, Kompas, Tafelberg, Telescoop, Winkelhaak en Passer. Daarnaast verdeelde hij het grote antieke sterrenbeeld Schip Argo in de drie sterrenbeelden Kiel, Achtersteven en Zeilen. Zijn sterrencatalogus van het zuiden verscheen in 1763, een jaar na zijn dood, onder de titel “Coelum Australe Stelliferum”. Zijn 14 nieuwe sterrenbeelden hebben gemeen dat ze uit relatief lichtzwakke sterren bestaan.
De passer werd al in de middeleeuwen zeer gewaardeerd op het gebied van de meetkunde, de planning en de kosmische orde. Ook voor de scheepvaart van vroeger was hij een belangrijk hulpmiddel, want hij diende om op volle zee de positie te bepalen. De passer werd in licht geopende vorm aan het firmament vereeuwigd.
