Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek

Zuiderdriehoek (Triangulum Australe)
Zuiderdriehoek · Helderste ster: AtriaSterrenbeeld in het sterrenregister bekijken

Steekkaart

Latijnse naam
Triangulum Australe (TrA)
Helderste ster
Atria (α TrA)
Relatieve helderheid
1,91 mag
Hipparcos-catalogus
HIP 82273
Oppervlakte
110 deg² (plaats: 83 van 88)
Rechte klimming
14h 56m 01s tot 17h 13m 53s
Declinatie
-70° 30' 42'' tot -60° 15' 52''
Aangrenzende sterrenbeelden
Winkelhaak, Passer, Paradijsvogel, Altaar

Zichtbaarheid

Noordelijke hemelBerlin
Zuidelijke hemelSydney
zichtbaargedeeltelijk zichtbaarniet zichtbaar22.00 uur plaatselijke tijd, op ten minste één dag per maand

Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek

De Zuiderdriehoek is een sterrenbeeld van het zuidelijk halfrond. Zijn helderste ster is α Trianguli Australis, ook Atria genoemd, een kunstwoord gevormd uit de Latijnse aanduiding “Alpha Trianguli Australis”. Op dezelfde manier ontstonden de namen van de op één na en de op twee na helderste ster: Beta Trianguli Australis heet ook Betria, Gamma Trianguli Australis Gatria.

De Zuiderdriehoek is veel lichtsterker, maar iets kleiner dan zijn noordelijke tegenhanger, het sterrenbeeld Driehoek. Atria, Betria en Gatria vormen een gelijkbenige driehoek. Als sterren van de 2e en 3e grootteklasse zijn ze gemakkelijk met het blote oog te zien. Het eenvoudigst vindt men het sterrenbeeld met behulp van Rigil Kentaurus, de helderste ster van de Centaur en de op twee na helderste ster aan de hemel: ten oosten daarvan ligt de Zuiderdriehoek.

Geschiedenis

Terwijl de sterrenbeelden van het noordelijk halfrond al sinds de oudheid bekend waren en op de meest uiteenlopende mythologieën teruggaan, bleven veel sterrenbeelden van het zuidelijk halfrond lange tijd naamloos. Pas in de 16e eeuw ontfermde men zich over hen. Tussen 1595 en 1597 brachten de Nederlandse zeevaarders Pieter Dirkszoon Keyser (opperstuurman) en Frederick de Houtman (broer van de kapitein) in opdracht van Petrus Plancius tijdens een expeditie de zuidelijke sterrenhemel in kaart. Beïnvloed door hun belevenissen tijdens de reis naar Oost-Indië gaven zij een dozijn sterrenbeelden een naam: Kameleon, Vlieg, Vliegende Vis, Indiaan, Kraanvogel, Paradijsvogel, Pauw, Phoenix, Goudvis, Kleine Waterslang, Zuiderdriehoek en Toekan. Over een opvallende driehoek berichtte voor het eerst de Italiaanse zeevaarder Amerigo Vespucci in 1503, maar destijds werd die in geen enkele sterrenatlas opgenomen. Bijna een eeuw later schetsten Keyser en de Houtman die driehoek voor het eerst, toen zij de Oost-Indische eilanden verkenden. De Nederlandse astronoom Petrus Plancius had al in 1589 een driehoek op een hemelglobe ingetekend, maar op de verkeerde plaats. Na de waarnemingen van de beide zeevaarders nam hij het sterrenbeeld in 1598 in verbeterde vorm op in zijn sterrenglobe, maar koos hij daarvoor andere sterren dan zij. In 1603 nam de Duitse astronoom Johannes Bayer het sterrenbeeld voor het eerst onder zijn huidige naam “Triangulum Australe” op in zijn hemelatlas “Uranometria”. Later doopte de Franse astronoom Nicolas-Louis de Lacaille (1713–1762) het kortstondig om tot “Libella” (loodwaterpas; een voorloper van de waterpas), maar deze benaming kon zich niet handhaven.