Het sterrenbeeld Slang

Slang (Serpens)
Slang · Helderste ster: UnukalhaiSterrenbeeld in het sterrenregister bekijken

Steekkaart

Latijnse naam
Serpens (Ser)
Helderste ster
Unukalhai (α Ser)
Relatieve helderheid
2,63 mag
Hipparcos-catalogus
HIP 77070
Oppervlakte
637 deg² (plaats: 23 van 88)
Rechte klimming
15h 10m 25s tot 18h 58m 18s
Declinatie
-16° 08' 24'' tot +25° 39' 51''
Aangrenzende sterrenbeelden
Slang (kop): Noorderkroon, Ossenhoeder, Maagd, Weegschaal, Slangendrager, Hercules
Slang (staart): Slangendrager, Boogschutter, Schild, Arend

Zichtbaarheid

Noordelijke hemelBerlin
Zuidelijke hemelSydney
zichtbaargedeeltelijk zichtbaarniet zichtbaar22.00 uur plaatselijke tijd, op ten minste één dag per maand

Het sterrenbeeld Slang

De Slang ligt op het noordelijk en het zuidelijk halfrond en is van overal te zien. De helderste ster van het sterrenbeeld heet Unukalhai (Arabisch: hals van de slang). Als enige sterrenbeeld is het in tweeën gedeeld: kop (westelijk) en staart (oostelijk) worden gescheiden door de Slangendrager. Met de Slangendrager vormt het sinds de oudheid een eenheid, en het behoort tot de oudste sterrenbeelden. Toen de IAU in 1930 de sterrenbeeldgrenzen vastlegde, bleef het ondanks de opdeling één sterrenbeeld. In de staart van de Slang ligt de Adelaarnevel M16 met de “Pilaren der Schepping”, die de Hubble-telescoop in 1995 beroemd maakte.

Mythologie

De Grieken zagen in de Slangendrager Asklepios, de god van de geneeskunst. Zijn ouders waren Apollo, o.a. god van de genezing, de zedelijkheid en de muziek, en Coronis, een kleindochter van de oorlogsgod Ares. Coronis, de geliefde van Apollo, hield echter van de sterveling Ischys en bedroog Apollo met hem, hoewel ze al zwanger van hem was. Apollo kwam erachter en bracht de dood van beiden teweeg. Apollo zelf (volgens een andere overlevering Hermes) redde het kind op het laatste moment van de brandstapel door het uit de moederschoot te snijden, en vertrouwde het toe aan Chiron, die Asklepios als een eigen zoon grootbracht en hem leerde genezen en jagen. Een slang toonde hem op een dag een bijzonder geneeskruid: op Kreta was de zoon van de koning in een honingvat verdronken. Toen een slang naar het lijk toe kroop, doodde Asklepios haar met een staf. Daarop kwam een tweede slang met geneeskrachtige kruiden tevoorschijn en bracht daarmee de dode weer tot leven. Asklepios legde de kruiden op de dode, en ook de koningszoon ontwaakte. Later zou hij ook nog de zoon van de held Theseus hebben opgewekt, die bij een val van zijn wagen was omgekomen. Met elke opstanding groeide de onvrede van Hades, de god van de onderwereld, die vreesde dat de stroom van zielen zou opdrogen. Hij beklaagde zich bij zijn broer Zeus, die Asklepios met een bliksemschicht velde. Uit woede daarover doodde Apollo de drie cyclopen die de bliksemschichten van Zeus smeedden. Om hem te sussen, maakte Zeus Asklepios onsterfelijk en plaatste hij hem met de slang aan het firmament. De slang staat voor zijn geneeskunst; door haar jaarlijkse vervellingen en schijnbare wedergeboorte geldt zij tot op heden als het symbool daarvan.