Het sterrenbeeld Toekan

Toekan (Tucana)
Toekan · Helderste ster: α TucanaeSterrenbeeld in het sterrenregister bekijken

Steekkaart

Latijnse naam
Tucana (Tuc)
Helderste ster
α Tucanae (α Tuc)
Relatieve helderheid
2,86 mag
Hipparcos-catalogus
HIP 110130
Oppervlakte
295 deg² (plaats: 48 van 88)
Rechte klimming
22h 08m 27s tot 1h 24m 49s
Declinatie
-75° 20' 50'' tot -56° 18' 46''
Aangrenzende sterrenbeelden
Phoenix, Kraanvogel, Indiaan, Octant, Kleine Waterslang, Eridanus

Zichtbaarheid

Noordelijke hemelBerlin
Zuidelijke hemelSydney
zichtbaargedeeltelijk zichtbaarniet zichtbaar22.00 uur plaatselijke tijd, op ten minste één dag per maand

Het sterrenbeeld Toekan

De Toekan is een sterrenbeeld van het zuidelijk halfrond. Het sterrenbeeld is circumpolair rond de zuidpool. Dat betekent dat zijn sterren zo dicht bij de hemelpool staan dat ze, gezien vanuit Sydney, nooit ondergaan. Het sterrenbeeld staat daar dus het hele jaar boven de horizon. De Toekan is de onopvallendste vogel aan de hemel. Op zijn helderste ster na behoren alle sterren tot de vierde of een hogere grootteklasse en zijn ze maar moeilijk aan het firmament te zien. Het sterrenbeeld bevat echter twee bijzondere objecten die onder optimale omstandigheden met het blote oog te zien zijn: de Kleine Magelhaense Wolk (NGC 292) en de op één na helderste bolvormige sterrenhoop aan de hemel, NGC 104. De Kleine Magelhaense Wolk werd genoemd naar de Portugese wereldomzeiler Ferdinand Magellaan, door wiens reis om de wereld zij in Europa bekend werd. Het is een begeleidend sterrenstelsel van onze Melkweg, een onregelmatig dwergstelsel. De bolvormige sterrenhoop NGC 104 (een bolvormige verzameling van ongeveer een miljoen sterren) straalt zo helder dat men hem oorspronkelijk voor een ster hield en hem daarom 47 Tucanae noemde; onder die naam is hij tot op heden bekend. Onder hemelwaarnemers geldt hij als de mooiste sterrenhoop van het zuidelijke firmament. In een spiegeltelescoop van acht inch is hij bijna zo groot als de maan.

Geschiedenis

Terwijl de sterrenbeelden van het noordelijk halfrond al sinds de oudheid bekend waren en op de meest uiteenlopende mythologieën teruggaan, bleven veel sterrenbeelden van het zuidelijk halfrond lange tijd naamloos. Pas in de 16e eeuw ontfermde men zich over hen. Tussen 1595 en 1597 brachten de Nederlandse zeevaarders Pieter Dirkszoon Keyser (opperstuurman) en Frederick de Houtman (broer van de kapitein) in opdracht van Petrus Plancius tijdens een expeditie de zuidelijke sterrenhemel in kaart. Beïnvloed door hun belevenissen tijdens de reis naar Oost-Indië gaven zij een dozijn sterrenbeelden een naam: Kameleon, Vlieg, Vliegende Vis, Indiaan, Kraanvogel, Paradijsvogel, Pauw, Phoenix, Goudvis, Kleine Waterslang, Zuiderdriehoek en Toekan. Frederick de Houtman nam het sterrenbeeld in 1603 in zijn sterrencatalogus op als “Den Indiaenschen Exster, op Indies Lang ghenaemt” (Indische ekster), waarmee vermoedelijk een neushoornvogel werd bedoeld. Johannes Kepler (1571–1630) noemde het later Anser Americanus (Amerikaanse gans), maar ook deze naam kon zich niet handhaven. Zijn definitieve vorm kreeg de Toekan van de Nederlandse astronoom Petrus Plancius (1552–1622), die het sterrenbeeld al in 1598 op een hemelglobe afbeeldde.